Tijdens de commissievergadering van 4 juni stonden meerdere belangrijke onderwerpen op de agenda. De vergadering begon met een inspreker namens de Kledingbank Borger, waarmee direct duidelijk werd hoe belangrijk lokale maatschappelijke initiatieven zijn voor inwoners die het moeilijk hebben.
Daarna sprak de commissie onder meer over de stukken van de Omgevingsdienst Drenthe. Voor de PVV blijft hierbij belangrijk dat kostenstijgingen goed worden uitgelegd en dat de raad grip houdt op gemeenschappelijke regelingen. Samenwerking kan nuttig zijn, maar mag niet betekenen dat de gemeenteraad alleen nog achteraf mag instemmen.
Een positief punt was het voorstel om het budget voor de starterslening met één miljoen euro aan te vullen. De PVV staat hier positief tegenover, omdat starters en jonge inwoners uit onze eigen gemeente een eerlijke kans moeten krijgen op de woningmarkt. Tegelijk blijft voor ons de bredere vraag: bouwen we voldoende, bouwen we op de juiste plekken en houden we onze eigen inwoners voorop?
Ook de regiovisie gespecialiseerde jeugdhulp werd besproken. Goede jeugdhulp is noodzakelijk, maar de PVV blijft kritisch op regionale constructies waarin verantwoordelijkheid kan versnipperen. Gezinnen hebben geen behoefte aan overleglagen, maar aan hulp die dichtbij, duidelijk en op tijd beschikbaar is.
Bij het beleidsplan basisvaardigheden gaf de PVV aan het doel te steunen: inwoners helpen met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Wel moet het beleid concreter. Wij willen weten hoeveel mensen daadwerkelijk worden bereikt, wanneer het beleid geslaagd is en hoe wordt voorkomen dat geld vooral opgaat aan overleg en rapportages.
Verder kwamen de economische beleidsvisie en het omgevingsprogramma erfgoed aan bod. De PVV vindt dat ondernemers ruimte moeten krijgen om te groeien, met minder regeldruk en snellere vergunningen. Erfgoed is belangrijk voor onze identiteit, dorpen en tradities, maar mag geen extra rem worden op inwoners, agrariërs en ondernemers.
Voor de PVV was de kern van deze vergadering helder: beleid moet concreet zijn, geld moet goed worden verantwoord en onze inwoners moeten er daadwerkelijk iets aan hebben. Wij blijven kijken naar wat plannen opleveren voor onze inwoners, onze dorpen en onze toekomst.